banner
Home | Herdenkingen | Monument | Masohi | Geschiedenis | Contact | Fotogalerij | Links | Onderwijs | Sitemap | Disclaimer

HERDENKINGSPROGRAMMA BIJ HET INDIE MONUMENT ‘DE WACHTENDE MOEDER’
woensdag 15 augustus 2018

Ter nagedachtenis aan Nederlandse- en Molukse slachtoffers in Zuidoost AziŽ 1942 -1950
                                                                                                                                                                           
Thema: ” De Geest overwint”

We staan stil bij  de veerkracht van een hele generatie die de verschrikkingen van de lange oorlog in AziŽ en de daaropvolgende massale ontheemding met zich meedragen.

19.20
Ontvangst genodigden en belangstellenden (ceremoniŽle muziek) 
19.30
Tifa roffel, opmars Erewacht scoutinggroepen President Steyn en Titus Brandsma. Vlagceremonie (halfstok)
19.35
Opening door Joep Walter, voorzitter Stichting IndiŽ Monument Deventer   
Welkomstwoord door Danny Turubassa van de Molukse- en Papoea gemeenschap in Deventer
19.45
Een woord vooraf namens de gemeente Deventer door wethouder Frits Rorink
19.52
 Muzikale bijdrage door Robin Manuhutu
19.57
Danny van Loon draagt gedichten voor
20.00
Instrumentaal: “Blijf mij nabij” – “Tinggal Sertaku” 
20.05
Lezing door Esmee Begemann, studente aan het Royal Institute of theater, cinema and sound in Brussel
20.15
Signaal Taptoe (men gaat staan)   
2 minuten stilte   
Signaal Voorwaarts             
Wilhelmus (vlag in top) 

Kranslegging met tifa roffel en tahuri (schelp)
1. Molukse- en Papoea gemeenschap   
2. Stichting IndiŽ Monument Deventer door Josselien Verhoeve met kind
3. Gemeente Deventer door wethouder Frits Rorink
4. Oud mariniers COM afdeling Deventer
5. Bloemlegging belangstellenden
20.25
Muzikale bijdrage door Robin Manuhutu  
20.30
Dankwoord en sluiting Joep Walter
Afmars Scouts Erewacht  (tifa roffel)
20.30
Einde plechtigheid.




Programma 4 mei Herdenking te Deventer bij het IndiŽ Monument “De Wachtende Moeder” op  vrijdag 4 mei 2018
19.10 uur Verzamelen bij het Monument.
19.15 uur Aanvang met toespraak door Joep Walter, voorzitter van de Stichting IndiŽ Monument Deventer.
19.22 uur Voordracht gedicht door de heer Ruben Kijk in de Vegte.
19.25 uur Twee minuten stilte (staande).        
19.26 uur Muzikale bijdrage van mevrouw Lea Pijnappels.
19.30 uur Kranslegging door mevrouw Marion van Leeuwen namens haar familie, tevens namens overige nabestaanden en namens de Stichting IndiŽ Monument Deventer.

Kranslegging door de heer M. Kossen, gemeentesecretaris van de gemeente Deventer, namens de gemeente Deventer.

Bloemlegging door belangstellenden.
19.38 uur Sluiting.

Toespraak 4-5-2018


Namens de stichting IndiŽ Monument Deventer heet ik u allen vanavond hartelijk welkom. In het bijzonder wil ik daarbij noemen degenen die kransen zullen leggen: Marion van Leeuwen en haar 2 kleinzoons namens alle nabestaanden en de Stichting IndiŽmonument, en gemeentesecretaris Marcel Kossen en raadslid Alex Gebhart namens de gemeente. Ook wil ik nog degenen noemen die anderszins meewerken aan deze herdenking: Ruben Kijk in de Vegte die een gedicht zal voorlezen, Lea Pijnappels die het muzikale intermezzo zal verzorgen en de scouts van de President Stein en Titus Brandsma groep.

Het is goed om de namen te memoreren van drie mensen, die ons afgelopen half jaar ontvallen zijn, maar zeer nauw met dit monument betrokken waren. Dat zijn de laatste Deventer IndiŽ-veteranen Herman Bekking en Jo Goossen. Voor Jo geldt, dat alleen aan zijn niet aflatend doorzettingsvermogen te danken is, dat dit monument er 19 jaar geleden is gekomen. Anderzijds is het eveneens louter aan Jo Goossen, die ervoor gezorgd heeft dat ook de Molukse gemeenschap een plek heeft gekregen om haar slachtoffers te gedenken. Dat was in het Nederland van 20 jaar geleden absoluut niet vanzelfsprekend. Jo is 2 weken geleden overleden. Wij zullen hem in ons hart koesteren als een tot het einde toe zeer betrokken en kritisch mens.
De 3e naam die ik wil noemen is die van mevrouw Van Leeuwen-van Dartel. Ook zij was van begin af aan bij de IndiŽ-herdenkingen in Deventer betrokken. Zij was de enige overlevende zus van Tonny (Anton) van Dartel, wiens naam op dit monument staat. We zijn blij dat haar dochter met haar 2 kleinzoons Jorrit en Matthijs vandaag hier een krans willen leggen voor hun oom en oudoom. Als oorlogsvrijwilliger kwam hij te ressorteren onder de Marine. Anton van Dartel is op 23 juli 1946 gesneuveld omdat hij tijdens een patrouille op een boobytrap stapte. Hij overleed op weg naar het Marinehospitaal in Soerabaja en ligt begraven op het ereveld Kembang Koening in Soerabaja.

Op 4 mei zijn wij bij dit monument De Wachtende Moeder altijd in verbondenheid bijeen, om de Deventer militairen te gedenken, die in de periode 1941-1950 zijn omgekomen in de oorlog in Nederlands IndiŽ. Vandaag is dat voor de 19e keer. We doen dit direct voorŗfgaand aan de grote herdenking om 8 uur omdat het belangrijk is dat ook het Indische aspect van het verhaal levend blijft. Ook dit Indische verhaal moet worden doorverteld. En dat is te genuanceerd om in enkele one-liners te vangen en af te doen.

In het toenmalig IndiŽ zijn, afgezien van een veelvoud aan Hollandse en Indonesische burgerslachtoffers, 5.300 militairen omgekomen. De Nederlandse militairen die er al waren toen de Japanners IndiŽ binnenvielen, zijn grotendeels krijgsgevangen gemaakt. Velen kwamen om in de mijnen in Japan en Mantsjoerije, bij de Birma Spoorweg waar ook een Deventenaar gewerkt heeft, bij de vergeten Pakanbaroe spoorweg op Sumatra. Nog los van de talrijke Japanse transportschepen met krijgsgevangen en dwangarbeiders die door de geallieerden tot zinken zijn gebracht. 
Meteen na de oorlog in Europa zijn in eerste instantie veel oorlogsvrijwilligers naar de oost getrokken, bezield van idealen, en wars - en waarschijnlijk ook onwetend - van onuitgesproken andere beweegredenen die er achter de propaganda zullen hebben gezeten. Maar door allerlei vertraging kwamen de eerste vrijwilligers pas een jaar later aan land in IndiŽ, waar de rollen inmiddels volledig omgekeerd waren.
Zij kwamen ongewild in een guerrilla-oorlog terecht, niet tegen de Japanners maar tegen de dol geworden jonge Indonesische vrijheidsstrijders. En die hadden het al buitengewoon bont gemaakt. Zowel jegens de Nederlanders in de interneringskampen als jegens de eigen Indonesische bevolking. Door het ontbreken van enig gezag kwam daar nog bij de anarchie van de rampokkers, zeg maar rustig moordende en plunderende criminele bendes. Het was werkelijk vanzelfsprekend om ter plekke extra bescherming te gaan bieden.
De Indonesische vrijheidsstrijders zouden hun uitgeroepen onafhankelijkheid nooit meer prijsgeven. De oorlogsvrijwilligers stonden voor een onmogelijke taak. En zo kwamen er de 2 koloniale oorlogen, met inzet van dienstplichtigen: diť hadden meestal helemaal niet voor IndiŽ gekozen en ook hun stond geen guerrilla-oorlog voor ogen. De strijd was bij voorbaat verloren.

In 1950 kon de dekolonisatie beginnen. De Indonesische schrijver Salim, die schrijft over het Nederlandse concentratiekamp Boven-Digoel in Nieuw Guinea, constateerde in 1973, dat de IndonesiŽrs nog een heel dekolonisatieproces moesten doormaken. Maar niemand bevroedde, dat het juist Nederland was, dat daar tot op de dag van vandaag zelf mee zou worstelen.
De stormdepressie die al enige tijd in Nederland om de IndiŽherdenkingen raast, bereikt wellicht vanavond weer een nieuw dieptepunt. Ik denk dat de meeste protesten voortkomen uit onwetendheid. Welk besluit doet recht aan alles waar je mee rekening hebt te houden? Dat is nu zo, en was in de veertiger jaren ook al zo.

Herdenken is nžet: alles goedkeuren van wat er gebeurd is.
Herdenken is nžet: alle mensen en alle besluiten op een goudschaaltje wegen, want dan vallen waarschijnlijk ŗlle resterende standbeelden in Nederland nog om, inclusief alle IndiŽmonumenten.
Herdenken zůu moeten zijn: respect betonen voor de gesneuvelden, die met de idealen van  toen in situaties gebracht zijn, waar hun niet om gevraagd is, en waar letterlijk geen uitweg meer was.
Herdenken is ook: de geschiedenis onder ogen durven komen.
Een geschiedenis die gedragen wordt, sluit niet de ogen voor ongemakkelijke bladzijden en scheurt deze niet weg, en zwijgt deze niet dood, maar maakt ze bespreekbaar. De gesneuvelden, die daarvoor niet verantwoordelijk waren, mogen daar niet postuum opnieuw het slachtoffer van worden.

In onze stad staan vanavond de Deventer slachtoffers centraal. Het monument De Wachtende Moeder is in 1999 opgericht voor de 14 Deventenaren die onder het oorlogsgeweld in IndiŽ en Zuid-Oost AziŽ zijn omgekomen en uiteindelijk op Java hun laatste rustplaats vonden. Hun namen staan gebeiteld in de sokkel. Van deze Deventenaren liggen 9 gesneuvelden, op de grote erevelden Kembang Koening in Soerabaja en Menteng Poeloe in Jakarta. In deze beide steden is vandaag eveneens de jaarlijkse herdenking gehouden ter nagedachtenis. De overige 5 slachtoffers liggen op de velden Pandoe in Bandoeng en Tjandi in Semarang.

De sokkel van het monument bevat 4 urnen met aarde van de 4 erevelden.
De wachtende moeder is het symbool van de onzekerheid, en van het verdriet van nooit meer teruggekeerde zonen.
Laat hun inzet niet voor niets zijn geweest
Ik wens u een mooie herdenking toe.


Het gedicht dat op 4 mei 2018 is voorgelezen door Ruben Kijk in de Vegte

Vrede

Alleen de rijst die we samen delen, voedt.
Alleen het water dat we samen drinken, lest onze dorst.
Alleen de strijd die we samen voeren, brengt bevrijding.
Alleen de kleren die we samen delen, maken mooi.
Alleen de woorden die we samen vinden, zijn verstaanbaar.
Alleen de weg die we samen gaan, heeft een doel.
Alleen het doel dat we samen stellen, is bereikbaar.
Alleen de vrede die we samen maken, wordt wereldwijd.

Suriname

Toespraak  15-8-2016 door Josselien Verhoeve

Oost West, Thuis Best?
Deze vraag is het thema van vandaag, de dag dat we het einde van de Tweede Wereldoorlog in AziŽ herdenken. Een vraag die in dit verband direct ook dwingt tot het nadenken over de vraag: wat definieert “thuis”? En wat heeft men ervoor over om thuis te zijn?

Vandaag zijn wij hier samen in Deventer, de stad waarin ik ben geboren en waar ik me thuis voel. Wij zijn hier samen bij het ontroerende beeld van de Wachtende Moeder om onze doden te herdenken en om onze trots en ons verdriet met elkaar te delen. Vijftien augustus is voor ons een symbolische datum. Het einde van een oorlog impliceert in feite een daarop volgende periode van rust, vrede en opbouw. Een periode van hereniging van gezinnen en geliefden, verdriet om de doden, blijdschap voor nieuw leven.

Ik sta hier met een dubbel gevoel. Want bijna iedere Indische familie kent verhalen over de Bersiap, de verwarrende en uiterst gewelddadige periode direct na de Japanse capitulatie, tot aan het voorjaar van 1946. Zes maanden van buitensporig geweld van Indonesische bendes en milities tegen alles en iedereen die geassocieerd werd met Nederland. Zo ook tegen de Indische Nederlanders aldaar.
Ook na de Bersiap ging het geweld door: de gewapende strijd om de onafhankelijkheid, die door de Nederlandse overheid werd beantwoord met geweld, onder meer militaire, wat uitmondde in de zogenoemde “politionele acties”.
Dus op 15 augustus herdenken we wel het einde van de Wereldoorlog in de Oost, maar niet het begin van de vrede in Nederlands IndiŽ / IndonesiŽ.

Dit drukt het monument ook uit: het herdenkt expliciet ook de mensen die na de datum van de vrede om het leven zijn gekomen. Zelfs jaren later.
“Thuis”. Dat is waar het het fijnst is. Waar ik het liefst ben. De oud-Nederlandse uitdrukking Oost West Thuis Best suggereert dat dat in Nederland is. Of dat het niet uitmaakt wŠŠr het is, dat je overal je “thuis” kunt creŽren. Maar nu staat er een vraagteken achter de uitdrukking.
Maar wat als de geschiedenis je dwingt om een keuze te maken waar je “thuis” is? Om een keuze te maken tussen Oost en West, tussen IndonesiŽ en Nederland? Twee personen in mijn familie maakten precies tegenovergestelde keuzes. En aanvaardden daarvan de consequenties. Deze verhalen wil ik met u delen. Beide bieden een ander perspectief op dezelfde geschiedenis.

Mijn grootvader van mijn vaders kant, Jannes Cornelis Ferdinand Verhoeve, had een vanille en cacaoplantage op Java. In 1943 werd hij door de Japanners gevangen genomen en naar Poerworedjo gebracht, waar hij ruim een half jaar in krijgsgevangenschap bleef. Zijn gezin bleef achter op de plantage. Hij werd echter weer vrijgelaten om, zoals in de verslagen staat, “de boel in zijn district rustig te houden”. Rijst en melk schonk hij aan de lokale bevolking.
Opa verzette zich echter tegen het Indonesische bestuur, dat onder de Japanse bezetting de macht kreeg. Hij weigerde bijvoorbeeld belasting te betalen aan de IndonesiŽr; dat geld, en de giften die hij verzamelde, gebruikte hij liever om medicijnen te kopen, die hij vervolgens de vrouwenkampen in wist te smokkelen. Hij zag zijn “thuis” niet in een onafhankelijk IndonesiŽ, maar in de kolonie Nederlands-IndiŽ. Je zou kunnen zeggen, geografisch in de Oost, maar politiek in “West”.
Hiermee nam hij een bewust risico en het bleef dan ook niet zonder consequenties: direct na het uitroepen van de onafhankelijkheid werd hij door de IndonesiŽrs voor dit verzet opgepakt en naar de gevangenis in Magelang gebracht. In 1946 kwam hij vrij. Negen jaar is hij nog met zijn gezin in IndonesiŽ gebleven. Hij wilde zijn thuis in de Oost niet opgeven. Maar uiteindelijk bleek dat onmogelijk. In 1955 emigreerde hij met zijn gezin naar Nederland. Er was in de Oost geen plaats voor zijn “thuis”.

De vader van mijn moeder, Pieter Friedrich Dahler werd ook na de oorlog gevangen genomen, echter, niet door de IndonesiŽrs, maar door de Nederlanders. Al ver voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak in AziŽ streefde hij naar een vrij IndonesiŽ, waarin Indo’s en IndonesiŽrs aan elkaar gelijk zouden zijn. Daartoe werkte hij samen met de nationalisten en, tijdens de Japanse bezetting, met de Japanners. Hij nam de Indonesische identiteit aan en veranderde zelfs zijn naam. Hij heette niet meer Frits Dahler, maar Amir Dahlan. Naar zijn overtuiging was zijn “thuis” in de “Oost”.
Zowel geografisch als politiek. In de ogen van de Nederlanders, maar ook in de ogen van zijn bloedeigen zonen, was hij daarom een landverrader en een collaborateur. Toen mijn grootvader op 17 augustus 1945 de rood-witte vlag uithing aan de gevel van zijn huis in Jakarta, aan de Jalan Kebon Sirih, werd een van zijn zoons zo woedend dat hij zijn vader dreigde te vermoorden. De Kebon kon nog nťt tussen beiden springen en het pistool afpakken.
Zijn keuze had ook grote consequenties: In februari ‘46 werd mijn grootvader uitgeleverd door de Britten aan de Nederlanders en gevangen gezet op het eiland Onrust, onder andere op verdenking van collaboratie. Hij heeft geen afscheid van mijn moeder kunnen nemen, zijn jongste dochter die toen acht jaar was. Door de Nederlands-Indische autoriteiten werd hij vervolgens dertien maanden gevangen gehouden. In april 1947 werd hij plotseling vrijgelaten, met als reden: “niet voldoende bewijs”. Direct nadat hij werd vrijgelaten, begaf hij zich naar Republikeins gebied. Opa Dahler is nooit meer naar Jakarta teruggekeerd en heeft zijn gezin nooit meer teruggezien. Dat was de uiterste consequentie van zijn keuze voor zijn “thuis” in “de Oost”.

Het gaat me nu niet om een oordeel: wie was politiek correct. Achteraf is het makkelijk oordelen en op beide standpunten is kritiek te geven. Voor mij geldt: Oost West, Deventer Best. Maar mijn “West” is altijd Oosters getint, gekleurd door onze familiegeschiedenis. Die omvat selamatan, malam jumat, veel ooms en tantes en “bau kelek”, maar ook gevangenschap, uithongering en discriminatie. Mijn geschiedenis kan en wil ik niet vergeten.

Mijn thuis is Oost en West.

Webdesign: Jan van den Brand,