Herdenking op 4 mei 2024
Bij Indiëmonument de Wachtende Moeder, Grote Kerkhof Deventer

 

19.00 Verzamelen bij monument

19.10 Toespraak door Joep Walter, voorzitter Stichting Indië Monument Deventer

19.15 Voordracht gedicht door scout Frank Johan van Dijk

19.18 Moment stilte (staan)

19.20 Muziek door Lea Pijnappels

19.25 Kranslegging en bloemen

 -  door familie Ankersmit namens nabestaanden en Stichting Indië Monument Deventer
 -  door locoburgemeester Marcel Elferink namens gemeente Deventer

Neerleggen bloemen door belangstellenden

19.35 Sluiting

 

 

Uit de 15 agustus-herdenking 2023
bij Indiëmonument de Wachtende Moeder, Deventer
Thema: Overdracht

Voorwoord door Mady Schoenmaker
bestuurslid Stichting Indiëmonument

Dank Danny!
Na de opmars van de scouts en “De klanken van de tahori” door Danny Turubassa mag ik u allen hartelijk welkom heten op deze 15e augustus 2023. 
De plek van onze voorzitter Joep Walter, die elk jaar met zijn voorwoord dieper ingaat op feiten rond herdenken van ons verleden, van het einde van een oorlog en hoe wij daarbij stil staan.

In Den Haag en op vele plekken in Nederland vindt nu ook een herdenking plaats.
Vandaag ook op de begraafplaatsen in Indonesië; Tjandi, Kembang Kuning, Menteng Pulo en Pandu. 
In de sokkel van De Wachtende Moeder zit aarde van deze begraafplaatsen, begraafplaatsen waar 14 Deventer jongens, jonge mannen tussen 19 en 33 jaar liggen begraven. Hun namen staan op de sokkel. 

Ik blijf met mijn verhaal dichtbij,  hier op het plein waar wij met z’n allen rond  “De Wachtende Moeder”zitten. De prachtige creatie van de beeldhouwer Karoli Szekeres, altijd aanwezig bij onze herdenkingen en altijd een oogje houdend of de Wachtende Moeder er mooi bij staat. 

Het is 15 augustus 2023

Op 15 augustus 2008 = 15 jaar geleden, vroeg Rosalie Kambong mij hier mijn verhaal vertellen, niet als “kampkind” maar namens al die kinderen die buiten het kamp leefden, vaak onder erbarmelijke omstandigheden, tijdens de bezetting van de Japanners in Ned.Indië. “Buitenkamper’ heette dat. De wachtende Moeder stond toen ook centraal in mijn verhaal.

Vanaf dat moment was ik betrokken bij de Stichting als bestuurslid.

In die 15 jaar hoorde ik veel  gastsprekers met vaak ‘De Wachtende Moeder” vrouw als thema.

In die 15 jaar verloren we ook steeds meer mensen.  Want al die kamp - en buitenkamp kinderen werden ouder. Maar we zagen ook nieuwe jonge gezichten komen, kinderen, kleinkinderen, belangstellenden.

Wij, de laatsten die het nog, al dan niet bewust, hebben meegemaakt komen nog steeds naar de herdenkingen. Ik ken niet al uw namen maar ik weet dat in ons midden kleuters van toen zitten, Wim Bekedam, Pim Buys, Dirk Schoenmaker, peuters/kleuters in de oorlogsjaren, misschien toen te jong om te beseffen, maar bij het ouder worden  bewust van wat onze ouders hebben moeten doormaken. Vaak waren we te laat om te vragen “hoe hebben jullie weten te overleven”.

De volgende generatie of generaties ………..

En dan kom ik bij het thema:

Overdracht -  doorgeven. generaties verbinden 

  •  Het programma zegt dat ik aftredend bestuurslid ben, dat betekent dat ik mijn taak als penningmeester overdraag  aan Josselien Verhoeve, Letterlijk de volgende generatie. Zij zal u als ceremoniemeester door het verdere programma leiden. 
  •  Ik wil graag beginnen met de scouts. Een groep jonge mensen die elk jaar weer klaar staat om  ons bij te staan met hand en span diensten en de erewacht te vormen bij de vlag. Zij wilden graag weten waarom zij hier staan en na uitleg van een paar bestuursleden zijn zij zich ten volle bewust van hun taak. 
  • Gisteren was ik op de herdenking/kumpulan in Lochem waar we hebben mogen genieten van een indrukwekkend programma en, zoals het woord kumpulan zegt “bijeenkomst” met natuurlijk een Indische rijsttafel. Voorzitter Jacqueline Broekhuizen is hier aanwezig.
  • De aanwezigheid van de “jongere” generatie van het Corps Oud mariniers betekent veel voor onze herdenkingen, hun aanwezigheid geeft altijd net het officiële tintje aan deze bijeenkomst.
  • Het programma zegt ook dat dadelijk Geoffrey Birahij spreekt  namens de Molukse en Papoea gemeenschap. Over generaties gesproken :  Hoog in het vaandel van de Molukkers staat: “respect voor ouderen”. Het thema van vorig jaar werd door hen aangedragen:  “Het verhaal doorgeven aan de volgende generaties”.
  • Wethouder, mevrouw Ilse Duursma zal namens de Gemeente spreken. De Gemeente die het 25 jaar geleden de vorige generatie (Jo Goossen en Piet Kempes) mogelijk heeft gemaakt dit monument tot stand te brengen
  • In deze herdenking is de jonge generatie vertegenwoordigd in muziek, gedicht, dans… en  door onze gastspreker Lars Bannink.

We herdenken niet alleen het einde van een oorlog maar ook het verlies van een geboorteland, een land om lief te hebben. 

Ik was te jong om “Tempo doeloe” te ervaren, het was mijn leven. “Oorlog en onrust”, als klein kind weet je niet beter. 

Al die kinderen van toen, wij zijn nu tachtigers en ouder, de jongsten van toen zijn nu de ouderen die het nog hebben meegemaakt. 

- Wij zijn deel van de geschiedenis die “Nederlands Indië” heet. 
- Wij proberen tegen de negatieve/boze geluiden over die tijd met een zwak “ja maar wij hielden/wij houden van dat land dat niet meer bestaat maar nog wel in ons doorleeft. 

Ik wil niet nostalgisch omkijken, we staan hier verbonden door een verloren generatie, deze jongens kregen geen tijd om oud te worden. 

Ik hoop dat deze plek nog lang zal bestaan als plek van verbondenheid met toen en met elkaar. 

Na 15 jaar in het bestuur is het voor mij tijd om het stokje door te geven aan de volgende generatie. En dat doe ik vol vertrouwen want ook in het bestuur staat de volgende generatie klaar om in de toekomst de herdenkingen te laten plaats vinden.  

Joep,  Peter, Josselien, Angelique: voor mij zal dit de plek blijven waar ik elk jaar terug kom.  


Toespraak van gastspreker Lars Bannink
voorzitter Stichting Herdenking Birma-Siam Spoorweg en Pakan Baroe Spoorweg

Mijn opa vertelde over zijn jeugd.
Over hoe hij als kleine jongen op een rubberplantage opgroeide ergens aan de voet van de Bromo, in Oost-Java. Geboren in het oude plantersziekenhuis – dat de naam De Lavalette-kliniek droeg – begon zijn leven in de Tempo Doeloe in 1921. Een plek die hij de rest van zijn leven als zijn thuis zou beschouwen. Hij vertelde over het moment dat hij zijn eerste fietsje kreeg – een echte Fongers. En hij vertelde dan vooral hoe hij hiermee op avontuur ging, en daardoor de schoollessen van zijn moeder net mistte. 

In januari 1923, duizenden kilometers verderop, in het ziekenhuisje van Petumbukan vlak bij de rubberonderneming Klein Soengai Karang, op Sumatra,
werd mijn oma geboren. De jaren die volgenden verhuisden zij verschillende keren naar andere ondernemingen, totdat ze in ‘31 aankwamen bij de onderneming Nijkerk.
Ook mijn opa en zijn familie, die naast zijn ouders bestond uit zijn twee jaar oudere broer en grote vriend Dick en Hero, hun trouwe viervoeter, verhuisden. Zij gingen naar de koffie-en rubberplantage Soember Gesing. Zo nieuwsgierig als hij was, betekende dit nóg meer avonturen met zijn fiets.
En de lessen… nou, die kwamen daardoor een beetje in de knel.

Mijn opa vertelde dat er vanuit hogere hand – zijn pappie en mammie dus – besloten was dat ook hij naar een echte school moest gaan. Zo gebeurde. 
In 1935 trokken mijn oma en haar broer, Frits, voor het eerst naar Nederland waar ze in Zutphen naar de HBS gingen. Maar omdat in 1939 de oorlog uitbrak, vertrokken ze met de Johan van Oldenbarnevelt weer richting Klein Soengai Karang. Hier was het nog vredig en dus gingen zij verder op de HBS in Medan. Ook voor mijn opa kwam de HBS in beeld. Verschillende kosthuizen volgden. Eerst een jaar in Tiel en daarna in Malang. Zijn gelukkigste tijd, zo vertelde hij. Totdat in 1941 de oorlog ook in de Oost uitbrak.

Vele jonge militairen werden krijgsgevangene gemaakt en tewerkgesteld aan de Birma-Siam spoorweg, die later één van de Dodenspoorwegen werd genoemd. Over een traject van 415 kilometer, telde elke biels een dode. Elke dag, over een periode van drieënhalf jaar stierven er gemiddeld 75 gevangenen. Opa kon er uren over vertellen. Mijn oma werd gevangengenomen en kwam samen met haar moeder in het Vrouwenkamp Halmaheira terecht. Haar moeder kwam vanaf de eerste dag in een psychose. Zij, als jong achttienjarig meisje, kreeg de last van twee levens te dragen.
Haar broer Frits werd ook tewerkgesteld aan de Birma-Siam spoorweg. Haar vader werd gevangengenomen door de Kempeitai, ondervraagd, gemarteld en kreeg uiteindelijk een gevangenisstraf van 15 jaar wegens de verdenking op spionage tegen de Japanners. In juli 1945 – wat later een maand voor de bevrijding bleek te zijn – kwam hij te overlijden. Zij hebben elkaar nooit meer gezien.

Mijn oma vertelde vooral feitelijkheden. Totdat mijn moeder, en later ook mijn tweelingzus, onze reis naar Sumatra voorbereidde in 2017. Ze begon steeds meer te vertellen. Over de fijne periode van Tempo Doeloe, maar ook over haar ervaringen in de Vrouwenkampen. Hoe ze met vele vrouwen en kinderen opgepropt in kleine huisjes leefden. Soms wel 70 per huisje, 15 per kamer, en op de gang. Soms uren op appel moesten staan. Het dagelijkse zware werk in de keuken en het zware gesjouw met het eten naar die keukens. Ze vertelde hoe vrouwen mishandeld werden, en ook vermoord.

Wat de reden was dat ze meer begon te vertellen, weet ik niet precies. Misschien was het moment dat wij haar leven 'bezochten’ op Sumatra het moment dat ze zeker wist dat wij haar verhaal echt wilde horen. Misschien kreeg ze meer rust omdat ze door hun verhuizing minder voor het grote huis en mijn opa hoefde te zorgen. Misschien is het zoals Onno Sinke vorig jaar bij deze herdenking zei: ‘Wannéer een verhaal verteld kan worden, hangt ook af van de timing. Van een andere generatie.’ En het bleef niet bij een verhaal.

Ze is vreugdevol en geniet meer dan ook intens van het leven, van haar familie en vrienden. En hoewel ze ruim 100 is - net als mijn opa 1,5 jaar geleden - en dus veel van haar vrienden al zijn overleden, haalt ze met iedereen grapjes uit en bruist ze nog steeds van de levenslust. Het stelt haar in staat om telkens weer verhalen te vertellen die wij nog nooit hebben gehoord.

En niet alleen mijn opa en oma hebben hun verhalen, maar ook u en alle honderdduizenden slachtoffers hebben hun eigen verhaal. Een verhaal dat in verbale en vaker nog in non-verbale zin door onze families heen sijpelt. Deze verhalen verdienen het om gehoord te worden. Om te worden doorverteld. Simpelweg omdat ieder verhaal ertoe doet.

Al deze verhalen, verdienen het om te worden overgedragen.

Dank u wel

 

 

Uit de 4 mei-herdenking 2023
Indiëmonument de Wachtende Moeder, Deventer

 

Toespraak van de voorzitter van de Stichting Indië Monument Deventer

Dames en heren,

Vandaag gedenken wij bij dit monument voor de 24e keer de slachtoffers van WO II in Azië.
Centraal staan de Deventenaren die sneuvelden tijdens de Koloniale Oorlog, de Indonesische vrijheidsstrijd, die in 1945 begon en duurde tot augustus 1949. Daarna had Nederland nog 4 maanden nodig om te accepteren dat Indië geen nationaal bezit meer was, maar het land van de Indonesiërs zelf.
Het is nu 73 jaar geleden, dat Nederland zijn enorme leger van 200.000 manschappen gerepatrieerd heeft.

73 jaar. Moeten wij dat blijven herdenken?
Er zijn immers oorlogen wel dichter bij huis, die ons nú raken. En toch veel indringender zijn?

Herdenken betekent niet: alles goedkeuren wat we herdenken, en ook niet alles op een goudschaaltje wegen. Herdenken is wel: respect voor de gesneuvelden van toen, voor de idealen van toen. Een moment om naar binnen te keren.

De veteranen uit die tijd zijn bijna allen overleden, maar de nabestaanden leven nog. En vertellen nog steeds hun verhaal. Hun verhaal is echter ook ons verhaal.

De Deventer oorlogsvrijwilligers meldden zich vol idealen in de zomer van 1945, gedreven door misleidende propaganda. Ze zouden de Javanen wel even gaan redden uit de klauwen van de Japanners, en daarna als helden gehuldigd worden. Net zoals de Canadese en Amerikaanse bevrijders hier als helden werden gehuldigd. Toen zij bijna 1 jaar later, mei 1946, eindelijk aan land mochten in Indonesië, waren alle kaarten reeds opnieuw geschud. Naar huis mochten zij niet en ze moesten mee gaan vechten tégen de Indonesiërs, die eerst partij waren en nu ineens tegenpartij.

De Idealen spatten uiteen. De nieuwe motivatie moest nu komen uit het behoud van de kolonie. Bepaald geen sterke drijfveer.

Zij zagen de Indonesische strijders en hadden daar alle begrip voor - en zelfs sympathie. Die vochten immers voor hun eigen onafhankelijkheid. Later in die oorlog sloten Nederlandse krijgsgevangenen zelfs vriendschap met hun Indonesische bewakers.

Maar de kersverse VN stak een stokje voor al het Nederlandse gedraai en de slimmigheidjes, waardoor ons leger naar huis kon in 1950, als verliezer. God-zij-dank.

Nederland telde 5.300 gesneuvelden. Aan de Indonesische kant tasten we in het duister, maar het was een veelvoud. De gewetensnood van degenen die het overleefden, is te vinden in de talloze overgeleverde dagboeken. Hun opgelopen trauma’s werden een soort “levenslang”, en daarmee ook trauma’s voor de familie.

Nederland had in 1900 bedacht dat het een ereschuld jegens Indië had, zonder daar overigens al te veel mee te doen. Wij op onze beurt hebben een ereschuld jegens de militairen die wíj de dood hebben ingejaagd ter wille van onze bron van gemakkelijke rijkdom.

Moeten we nog wel herdenken?

De gesneuvelden hebben hun leven echt niet gegeven uit zelfopoffering en vaderlandsliefde. Integendeel. Wíj hebben ze opgeofferd. Wíj. Nederland. Onze zelf gekozen politieke leiders.

Herdenken kan ons bewust maken van de keuzes die we toen gemaakt hebben. Dat zou invloed kunnen hebben op keuzes die ook nu weer maken, bijvoorbeeld jegens slachtoffers van agressie, en die zo dichtbij is. Indonesië noemt onze onzalige oorlog uit die tijd ook de Hollandse Agressie.

Ja. Herdenken is nog nodig.

De thuisblijvers maakten in hun brieven soldaten uit voor moordenaars. Toen al. Want het thuisfront wist niet, dat ze in de lucht schoten in plaats van gericht, wanneer er even geen toezicht was. De gewone soldaat trachtte te ontkomen aan het structurele geweld waartoe hij verplicht was van hogerhand. Hoe foutieve ideeën een belevingswereld kunnen scheppen.

Ja. Herdenken is nog nodig, wanneer we beseffen dat we slachtoffer zijn geworden maar zelf daders waren. Dat ligt niet zwart wit. Dat vraagt verdieping. Herdenken vraagt om - en biedt ruimte voor - nuance.

Olena Zelenska, de vrouw van de Oekraïense president Zelensky, zei onlangs, dat ze nachtmerries heeft van de gedachte, dat haar zoon het leger in moet, en ze leeft mee met alle andere moeders in dezelfde situatie. We hoeven alleen maar even te kijken en zien dan De Wachtende Moeder. Het kwetsbaarste symbool van de oorlog dat maar denkbaar is. Een symbool dat tegenwoordig actueler is dan ooit.

We zijn hier verzameld rondom het monument voor de 14 omgekomen oorlogsvrijwilligers uit Deventer. Zij hebben hun laatste rustplaats gevonden op 4 erevelden op Java,

  • op de grote erevelden Kembang Koening in Soerabaja, en Menteng Poeloe in Jakarta, waar vandaag eveneens de jaarlijkse herdenking is gehouden
  • en op de kleinere velden Pandoe in Bandoeng, en Tjandi in Semarang.

In de sokkel van het monument bevinden zich 4 urnen met aarde van deze 4 erevelden.

De krans zal vandaag gelegd worden door een nabestaande van Gerrit van Gorkom. Hij woonde in de Van Keesselstraat in Deventer. Hij is met zijn pantserwagen op 6 juli 1949 op een mijn gereden. Dat was 3 weken voor de grote wapenstilstand. Zijn broer is eerder al omgekomen in Thailand in 1944. Zijn naam staat op het grote Herdenkingsmonument.

Het aantal omgekomen Deventenaren in Oost-Azië is namelijk groter dan de 14 die hier genoemd staan. De wachtende moeder is er ook voor hun.

Ik wens u een goede herdenking toe

 

Inleiding en gedicht door Dorien Abalain 

Goedenavond.
Mijn naam is Dorien Abalain.
Mijn moeder is in 1937 in Batavia geboren (ik mocht nooit Jakarta zeggen van haar).


Na de Tweede Wereldoorlog, waarin mijn familie net als velen, in een kamp gevangen is geweest, is mijn oma met haar kinderen in 1947 naar Nederland gekomen.
Zes jaar geleden heb ik mijn achternaam gewijzigd in mijn huidige achternaam; de naam van mijn moeder en haar, mijn familie. Afgelopen december is mijn tante Jeanne, haar zus, overleden. Zij was het geheugen van de familie. Met haar dood is de informatiebron over het verleden, waaronder de oorlog en hoe mijn familie deze beleefd heeft, gestorven.
Het volgende gedicht, dat over het loslaten van boosheid gaat, draag ik graag op aan mijn tante, die mij zeer lief was. Aan de boosheid heb ik spreekwoordelijk vorm gegeven door het gebruik van het woordje ‘bom’. Ik verzoek u vriendelijk dit woord in overdrachtelijke zin te interpreteren.



L'histoire se répète?

Is aan het plaatsen van een bom
Altijd onachtzaamheid verbonden
Gebeurt dit enkel onder ’t mom
Van ‘Ongeacht ’t aantal gewonden’

Moet elk in zijn totaliteit
Moet al in de omgeving
Als gevolg van die absurditeit
Kapot, als bij een beving

Van dertien op de schaal van Richter
Maakt dat nu werkelijk het verschil
Maakt dat de pijn des werpers lichter
Wordt zijn verdriet dan eindelijk stil

Geeft zijn behoefte aan revanche
Zijn innerlijk gedreven woede
Hem een onvoorwaardelijk carte blanche
Anderen te laten bloeden

Zou hij nimmer, ook na afloop
Denken aan het trieste leed
Dat hij met die nieuwe puinhoop
Nieuwe anderen aandeed

Met nieuwe aandrang tot revanche
En bijkomende wraak en woede
En zij met kersverse carte blanche
Weer anderen gaan laten bloeden

Moeten ouders kinderen niet leren:
Wraak en woede zijn een kwaad
dat anderen niet hoort te deren,
dat alleen jezelf aangaat?

 

 

 

 

HERDENKING van 4 mei 2022.

 

 4 mei 2022 001  4 mei 2022 002
 4 mei 2022 003  4 mei 2022 005
 4 mei 2022 004  

 

 
 
 
 
 

 

 

Jaarlijkse herdenking 4 mei

De 4 mei herdenking is speciaal bedoeld voor de Deventer slachtoffers van de oorlog in Oost-Azië, 1942-1949. Voor hen is dit monument ook opgericht. Het actuele programma van de herdenking staat hiernaast.

In deze herdenking werken wij nauw samen met het 4 mei comité Deventer. Bij alle oorlogsmonumenten hebben voorafgaand aan de centrale herdenking op het Grote Kerkhof kleinere herdenkingen plaats met een speciaal thema. Zo ook bij indische monument De Wachtende Moeder, waar uiteraard het Indische/Indonesische aspect leidend is.

De herdenking is vrij sober van opzet, evenwel zonder de Deventer gevallenen uit de 2e wereldoorlog tekort te doen.

De 4-mei herdenking begint steeds om 19.10. Gewoonlijk spreekt de voorzitter de aanwezigen toe over die bizarre tijd waarin het zelfbeschikkingsrecht van de Indonesiërs nog niet vanzelfsprekend was. Er zijn 2 minuten stilte en er zijn krans- en bloemleggingen. Na afloop worden de bezoekers uitgenodigd mee te lopen naar het het Verzetsmonument tegenover het stadhuis.

Kort na 19.30 is de herdenking afgelopen

 

 

Jaarlijkse herdenking 15 augustus

Jaarlijks op 15 augustus vindt er een uitgebreide herdenking plaats van de Nederlandse en Molukse slachtoffers van de oorlog in Oost-Azië. Het actuele programma staat hiernaast.

Vaak is er een landelijk thema. Dat nemen wij dan over. Als er geen landelijk thema is, kiezen we een eigen thema.
De herdenking hebben enkele jaren terug van de morgen naar we naar de avond verplaatst om ook jongeren en werkenden een kans te geven deze herdenking bij te wonen.
In 2022 hebben we als eigen thema gekozen: Het verhaal moet verteld worden. Zonder het verhaal verliest de herdenking uiteindelijk zijn kern. Jongeren weten niet meer waar het om ging. Dit jaar willen we vooral het verhaal van de Molukkers en het 'Verhaal achter het verhaal" een kans geven: de weggemoffelde geschiedenis van de Koloniale oorlog, 1946-1949. Zonder met de vinger te gaan wijzen!

De herdenkingen beginnen steeds om 19.30 u en duren circa een uur. We willen een herkenbaar stramien bieden waarin de 15 augustus-herdenkingen plaatsvinden. Daarbij hoort ook altijd een gastspreker. Centraal staanj de vlagceremonie, de 2 minuten stilte, het WIlhelmus en de krans- en bloemleggingen. De Molukse gemeenschap en de Papoea-gemeenschap in Deventer hebben in deze herdenking een eigen aandeel.